ECLI:NL:CRVB:2010:BN9711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering bij voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante stelde in hoger beroep dat bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid onvoldoende rekening was gehouden met haar ernstige rugklachten en beperkingen in houding en functioneren. Zij voerde aan dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) onzorgvuldig was toegepast en dat er sprake was van een onzorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd passend waren, mede omdat appellante voldeed aan de opleidingseisen en de belasting binnen haar functionele mogelijkheden viel. De Raad volgde dit oordeel en wees erop dat appellante bewust had afgezien van een nieuw medisch onderzoek en dat er geen aanwijzingen waren voor een verslechtering van haar gezondheid.
De Raad nam ook het rapport van de bezwaarverzekeringsarts mee in haar overwegingen, waarin werd bevestigd dat het overwegend zittend karakter van de functies passend was. Het eerdere rapport uit 2003, waarin een voorkeur voor lopen boven staan werd genoemd, werd niet als leidend beschouwd. De Raad concludeerde dat er onvoldoende grond was om de geschiktheid van de functies of de medische beoordeling in twijfel te trekken en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde vaststelling van de WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.