ECLI:NL:CRVB:2010:BN9389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing anticumulatie WAO-uitkering bij inkomsten uit arbeid met terugwerkende kracht
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, maar werkte sinds 1988 als zelfstandig marktkoopman. Het UWV paste artikel 44 WAO Pro toe en herzag de uitkering over 1998-2000 vanwege inkomsten uit arbeid, met terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de toepassing van anticumulatie ook met terugwerkende kracht mogelijk is, mede omdat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn inkomsten invloed hadden op de uitkering. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het UWV een bestendige gedragslijn hanteert die consistent is toegepast.
De Raad overweegt dat artikel 44 WAO Pro en artikel 36 WAO Pro niet in strijd zijn met rechtszekerheid bij terugwerkende toepassing, mits consistent en zorgvuldig toegepast. Appellant had voldoende kennis van de mogelijke gevolgen van zijn inkomsten op de uitkering, mede door eerdere kortingen en verzoeken om inkomensgegevens.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht artikel 44 WAO toepast met terugwerkende kracht voor anticumulatie van WAO-uitkering bij inkomsten uit arbeid.