ECLI:NL:CRVB:2010:BN7153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV en vergoeding kosten bezwaar en beroep wegens onrechtmatigheid
Appellant maakte bezwaar tegen drie primaire besluiten van het UWV betreffende de herziening van zijn WAO-uitkering en terugvordering van onverschuldigde betalingen. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens het hoger beroep wijzigde het UWV het besluit gedeeltelijk door de arbeidsongeschiktheidsklasse aan te passen en het terug te vorderen bedrag te verlagen. Ondanks deze wijziging bleef het UWV weigeren de kosten van appellant voor de bezwaarprocedure te vergoeden, wat aanleiding gaf tot verdere geschilpunten.
De Raad oordeelde dat de primaire besluiten onrechtmatig waren en dat het UWV verwijtbaar had gehandeld, waardoor appellant recht heeft op vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de totale procedure nog geen vier jaar duurde.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en de bestreden besluiten en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de onrechtmatige besluiten van het UWV en kent appellant vergoeding toe voor gemaakte kosten bij bezwaar en beroep.