ECLI:NL:CRVB:2010:BN6952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die als schoonmaker werkte, meldde zich ziek vanwege rugklachten en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV besloot de uitkering per 25 oktober 2007 in te trekken omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, gebaseerd op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
Appellant stelde beroep in tegen deze intrekking en voerde aan dat zijn klachten waren verergerd en dat hij de voorgestelde functies niet kon uitoefenen. Hij overhandigde een verklaring van zijn huisarts ter onderbouwing. Het UWV verwees naar een rapport van een bezwaarverzekeringsarts die het eerdere standpunt handhaafde.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook recente informatie van behandelaars was betrokken. De bezwaarverzekeringsarts motiveerde overtuigend dat er geen aanwijzingen waren voor meer functionele beperkingen. De Raad achtte appellant in staat om de voorgestelde functies uit te oefenen en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 25 oktober 2007 wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is.