ECLI:NL:CRVB:2010:BN6942

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-1352 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.A.A.G. Vermeulen
  • K. Zeilemaker
  • A.A.M. Mollee
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 69 Algemeen Rijksambtenarenreglement
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing vergoeding advocaatkosten bij re-integratiegesprek

Appellante, een assistent ordermanager in tijdelijke dienst, meldde zich ziek na spanningen over een werkgeversverklaring. De directeur nodigde haar uit voor een gesprek over haar gedrag en re-integratie, waarbij zij zich mocht laten bijstaan door een derde persoon. Appellante werd bijgestaan door een advocaat en verzocht vervolgens vergoeding van deze advocaatkosten.

De minister wees dit verzoek af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad oordeelde dat de advocaatkosten niet als re-integratiekosten konden worden beschouwd, mede omdat het gesprek niet in het kader van re-integratie plaatsvond en er geen toezegging was gedaan over vergoeding van dergelijke kosten.

De Raad stelde vast dat appellante geen rechtspositioneel voorschrift had genoemd dat aanspraak gaf op vergoeding en dat de minister niet in strijd had gehandeld met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. De afwijzing van het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten werd daarom bevestigd.

Uitkomst: De afwijzing van het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten wordt bevestigd omdat deze kosten niet als re-integratiekosten worden aangemerkt.

Uitspraak

09/1352 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 februari 2009, 08/4343 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Minister van Economische Zaken (hierna: minister)
Datum uitspraak: 2 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 22 juli 2010. Partijen zijn, zoals tevoren aangekondigd, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. Appellante, assistent ordermanager in tijdelijke dienst, heeft zich in verband met spanningen die waren ontstaan nadat een medewerker van de afdeling Personeelszaken haar op 26 april 2007 een haar onwelgevallige werkgeversverklaring had verstrekt, ziek gemeld. De directeur van appellante heeft haar voor een gesprek uitgenodigd over haar gedrag bij Personeelszaken op 26 april en over haar re-integratie. Bij de uitnodiging voor het gesprek werd medegedeeld dat appellante zich kon laten bijstaan door een derde onafhankelijke persoon.
1.2. In de uitnodigingsbrief werd gerefereerd aan een advies van de bedrijfsarts. Dat betrof een door de bedrijfsarts aan appellante gegeven advies om een bedrijfsmaat-schappelijk werker of een derde onafhankelijk persoon mee naar het gesprek te nemen.
1.3. Appellante heeft zich bij het gesprek met de directeur laten bijstaan door de advocaat Grootfaam. Die heeft onder meer een verslag gemaakt van het gesprek en enige correspondentie besteed aan de zaak.
1.4. Appellante heeft aan de minister verzocht haar de advocaatkosten te vergoeden. Dat verzoek is afgewezen, welke afwijzing is gehandhaafd bij het bestreden besluit van 29 april 2008.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Naar aanleiding van de standpunten van partijen overweegt de Raad als volgt.
3.1. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank en blijkens het beroepschrift in hoger beroep stelt appellante zich op het standpunt dat het hier om niets anders gaat dan om re-integratiekosten.
3.2. De Raad stelt vast dat appellante niet een rechtspositioneel voorschrift heeft genoemd dat aanspraak geeft op een dergelijke vergoeding. De minister kan gevolgd worden in zijn betoog dat appellante evenmin aangeeft waarom vergoeding op grond van artikel 69 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement zou moeten plaatsvinden. De Raad wijst erop dat, zoals ook uit het daarvan door de gemachtigde van appellante opgemaakte verslag blijkt, het gesprek op 5 juni 2007 niet plaatsvond in het kader van de re-integratie van appellante, maar een heel andere bedoeling had. Over de - wijze van - re-integratie zou later nog worden gesproken. Alleen hierom kunnen de door appellante in het kader van dit gesprek gemaakte kosten niet worden beschouwd als kosten die zij voor haar re-integratie noodzakelijk moest maken. In het advies van de bedrijfsarts en in de door de directeur aan appellante geboden gelegenheid zich in het gesprek te laten bijstaan, wordt voorts niet de toezegging gedaan of de verwachting gewekt dat de kosten van die derde voor vergoeding in aanmerking komen. Dat geldt al helemaal niet voor de gevraagde rechtsbijstandskosten, nu die zeker niet aangemerkt kunnen worden als re-integratie-kosten.
Met de handhaving van de afwijzing van appellantes verzoek heeft de minister dan ook niet in strijd gehandeld met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.
4. Op grond van het bovenstaande komt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. De Raad ziet tot slot geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en K. Zeilemaker en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2010.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) M. Lammerse.
HD