ECLI:NL:CRVB:2010:BN6001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.F. Bandringa
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon voor IVA-uitkering met inachtneming vakantietoeslag
Appellant ontving een IVA-uitkering op basis van een door het UWV vastgesteld dagloon van €106,27. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar oordeelde dat het UWV terecht artikel 24, tweede lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen had toegepast omdat de referteperiode vóór 1 januari 2007 lag.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het UWV in hoger beroep haar eerdere standpunt heeft verlaten dat appellant geen vakantietoeslag in de referteperiode heeft genoten. De Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte artikel 24, tweede lid, van het Besluit heeft toegepast en dat de hoofdregel van artikel 3, eerste lid, moet gelden, waarbij rekening moet worden gehouden met de 8% vakantietoeslag waarop appellant recht had.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het UWV moet het dagloon opnieuw berekenen met inachtneming van de vakantietoeslag van 8%.