ECLI:NL:CRVB:2010:BN5958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid als agrarisch medewerker
Appellante was werkzaam als agrarisch medewerker en meldde zich ziek vanwege psychische klachten veroorzaakt door huiselijk geweld en incest. Na afloop van haar ziekteperiode weigerde het Uwv haar een WIA-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou bedragen.
De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts van het Uwv stelden beperkingen vast, maar concludeerden dat appellante haar eigen werk nog kon verrichten. Appellante betwistte dit en verzocht om een onafhankelijk deskundigenonderzoek, wat de Raad niet noodzakelijk achtte vanwege het ontbreken van nieuwe medische gegevens.
De Raad overwoog dat de medische beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd met inachtneming van relevante informatie van behandelaars. Gezien de vastgestelde beperkingen kan appellante haar werkzaamheden als agrarisch medewerker in een volledige dagtaak uitvoeren.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.