ECLI:NL:CRVB:2010:BN5815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was sinds 27 november 2002 in aanmerking gebracht voor een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag deze uitkering bij besluit van 10 juli 2008 naar een mate van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid met ingang van 11 september 2008. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, dat bij besluit van 12 november 2008 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten, waardoor hij niet in staat zou zijn om twee van de geselecteerde functies, wikkelaar en elektronicamonteur, te verrichten. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist waren vastgesteld door de verzekeringsartsen.
De Raad achtte, op basis van de arbeidskundige rapportage en functiebelastingnotities, de geselecteerde functies medisch geschikt voor appellant. Er was geen medische onderbouwing voor het standpunt van appellant dat zijn psychische klachten hem beperkten in psychisch en sociaal functioneren. Ook was niet gebleken dat appellant ten tijde van de datum in geschil voor deze klachten onder behandeling stond. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.