ECLI:NL:CRVB:2010:BN5813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen door artrose
Appellant werd arbeidsongeschikt verklaard wegens gewrichtsklachten en ontving een WAO-uitkering. Later meldde hij zich ziek wegens toegenomen klachten en vroeg om voortzetting van de Ziektewet-uitkering. Het UWV besloot echter dat appellant niet langer ongeschikt was voor werk en stopte de uitkering.
Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de bezwaarverzekeringsarts overtuigend heeft aangetoond dat appellant ondanks artrose en andere klachten in staat is om enkele voorgestelde functies, zoals meteropnemer, te vervullen, waarbij rekening is gehouden met beperkingen in hand- en vingergebruik.
Ook andere klachten zoals gehoorverlies en slaapproblemen werden onvoldoende zwaar bevonden om het werk te belemmeren. De Raad ziet geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij geschikt is voor enkele passende functies.