ECLI:NL:CRVB:2010:BN3927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst fysiotherapeut ondanks VAR-ROW verklaring
Appellante exploiteert een fysiotherapiepraktijk en maakte in 2004 en 2005 gebruik van de diensten van een waarneemster/fysiotherapeut. De Belastingdienst stelde na een boekenonderzoek dat de waarneemster in dienstbetrekking werkte en legde correctienota's op aan appellante. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat sprake was van een gezagsverhouding.
Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat geen gezagsverhouding bestond, dat betrokkene niet onder haar naam en risico handelde, en dat de VAR-ROW verklaringen dit bevestigden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat betrokkene onder naam, op rekening en risico van appellante handelde en dat de drie elementen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking aanwezig waren: gezagsverhouding, persoonlijke dienstverrichting en loonbetaling.
De Raad hechtte ook belang aan de vastlegging door de Belastingdienst dat betrokkene nooit de intentie had als zelfstandige te werken. Het beroep op de VAR-ROW verklaringen werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.