ECLI:NL:CRVB:2010:BN2709
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat hij tijdig opdracht had gegeven tot betaling, maar door vertraging bij de bank het griffierecht te laat was bijgeschreven.
De Raad oordeelde dat het griffierecht acht dagen te laat was betaald en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in verzuim was. Ondanks dat appellant de griffie had geïnformeerd over de situatie en de vertraging door feestdagen, was hij ruim voor de kerstdagen op de hoogte dat de overschrijving niet had plaatsgevonden en had hij andere maatregelen kunnen nemen om tijdig te betalen.
De Raad stelde vast dat artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet dwingend voorschrijft dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard bij onverschoonbare termijnoverschrijding. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en het griffierecht terugbetaald. Een veroordeling in de kosten van verzet werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late betaling van het griffierecht.