ECLI:NL:CRVB:2010:BN2700
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Wajong-uitkeringszaak
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht waarin haar beroep tegen een besluit van het UWV ongegrond werd verklaard. Het besluit van het UWV betrof de weigering om een Wajong-uitkering toe te kennen, omdat verzoekster minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht.
Verzoekster verzocht tevens om een voorlopige voorziening om zo spoedig mogelijk gebruik te kunnen maken van re-integratie-instrumenten. Zij stelde dat de huidige situatie een nadelig effect had op haar gezondheid en dat elke maand vertraging haar situatie verslechterde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van onverwijlde spoed. Er ontbraken concrete medische gegevens die het acute karakter van haar situatie onderbouwden. Ook was er geen concreet vooruitzicht op het aanleveren van dergelijke gegevens. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Daarnaast werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 23 juli 2010.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.