ECLI:NL:CRVB:2010:BN2680
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil over gezamenlijke huishouding in bijstandsverlening
Betrokkene ontvangt sinds 20 april 2000 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Verzoeker, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, heeft bij besluit van 12 februari 2010 het eerdere besluit van 3 november 2009 gehandhaafd, waarin de bijstand van betrokkene werd beëindigd vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem heeft het beroep van betrokkene tegen dit besluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat onvoldoende is aangetoond dat sprake is van een gezamenlijke huishouding met wederzijdse verzorging.
Verzoeker heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan om schorsing van de aangevallen uitspraak te verkrijgen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overweegt dat het spoedeisende karakter van het verzoek niet is gemotiveerd en dat het belang van verzoeker niet zo zwaarwegend is dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat een voorlopige voorziening niet bedoeld is om de hoofdzaak te bespoedigen. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder zitting, en er is geen aanleiding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.