ECLI:NL:CRVB:2010:BN2536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.F. Bandringa
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat 13e maand geen vast loongrensloon is voor Zfw-verzekeringsplicht
Appellante is door het UWV correctienota’s opgelegd over de premiejaren 2003 tot en met 2005 omdat een werknemer ten onrechte niet als verplicht verzekerd volgens de Ziekenfondswet (Zfw) was aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de 13e maand die de werknemer ontving, meegeteld moest worden bij de vaststelling van het loongrensloon, waardoor het loon boven de Zfw-grens zou uitkomen en de werknemer niet verplicht verzekerd zou zijn. De Raad stelde vast dat het loongrensloon volgens artikel 3 Zfw Pro alleen vaste, overeengekomen loonbestanddelen omvat die herleidbaar zijn tot een jaarloon.
De Raad oordeelde dat de 13e maand niet als vast loon kan worden aangemerkt omdat deze niet in de arbeidsovereenkomst was opgenomen, variabel van hoogte was en afhankelijk van de prestatie en dienstverband op 1 december. Hierdoor is deze uitkering geen overeengekomen vast loon en mag deze niet worden meegenomen bij de loongrens.
De Raad bevestigde het standpunt van het UWV dat de werknemer verplicht verzekerd was volgens de Zfw in de jaren 2003-2005 en verwierp het hoger beroep van appellante. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de 13e maand niet meetelt als vast loongrensloon en dat de werknemer terecht verplicht verzekerd is volgens de Zfw.