ECLI:NL:CRVB:2010:BN2383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant, voormalig productiemedewerker, ontving sinds 18 september 2000 een WAO-uitkering wegens rugklachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2007 door verzekeringsarts Lemaire en een arbeidskundig onderzoek, stelde het UWV het verlies aan verdienvermogen vast op 8,54%, waarna de WAO-uitkering per 13 augustus 2007 werd ingetrokken.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de functies niet passend waren vanwege de belasting van het staan. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden echter de medische beperkingen en een verlies aan verdienvermogen van 20,1%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en het beroep tegen de re-integratievisie niet-ontvankelijk.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad vond geen aanleiding om de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) of de geschiktheid voor de geduide functies te betwijfelen, ook niet gezien het incidentele karakter van de overschrijding van de sta-belasting. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 13 augustus 2007 en wijst het hoger beroep af.