ECLI:NL:CRVB:2010:BN2055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid in 1991-1992
Appellante vroeg op 4 juli 2007 een Wajong-uitkering aan, stellende dat zij vanaf haar 14e psychische klachten had. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij vanaf 8 april 1991 niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de gezondheidstoestand van appellante in 1991-1992 juist was beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat de verzekeringsartsen de medische gegevens uit de relevante periode zorgvuldig hebben beoordeeld. Uit het huisartsjournaal van 23 september 2007 blijkt dat psychiatrische problematiek pas in 1993 ontstond, wat het standpunt van appellante niet ondersteunt. Het ontbreken van medische gegevens uit 1991-1992 is voor rekening en risico van appellante, aangezien zij haar aanvraag pas na meer dan 15 jaar indiende.
De Raad ziet geen reden om een medisch deskundige te laten adviseren en bevestigt de eerdere uitspraak. Er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter Ch. van Voorst op 21 juli 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid vanaf 1991.