ECLI:NL:CRVB:2010:BN1382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onvoldoende voorlichting tijdelijke inwoning
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande zonder toeslag vanwege het ontbreken van woonkosten en had een briefadres. Vanaf februari 2009 is hij tijdelijk bij zijn zus gaan wonen, waarna zijn bijstandsnorm werd aangepast. Appellant stelde vast dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en trok de bijstand in wegens vermeende onjuiste inlichtingen over de woonsituatie.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene onvoldoende was voorgelicht over de uitkeringsgevolgen van de tijdelijke inwoning, waardoor de intrekking onterecht was. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde dat appellant onvoldoende had voldaan aan zijn inlichtingenplicht, vooral gezien de kwetsbare positie van betrokkene als dakloze en verslaafde.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking en bepaalde dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de specifieke omstandigheden van de tijdelijke inwoning en de zorgtaken die betrokkene op zich nam. De Raad wees erop dat de intrekking met ingang van 9 juli 2009 mogelijk wel stand kan houden, omdat vanaf dat moment bekend was dat sprake was van een gezamenlijke huishouding.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 juli 2010.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en appellant dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.