ECLI:NL:CRVB:2010:BN1249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks onderzoek door arts woonland
Appellant, wonende in Duitsland, kreeg een WAO-uitkering toegekend die werd herzien op basis van een medisch onderzoek uitgevoerd door een Duitse arts in het kader van een herbeoordeling volgens het aangepaste Schattingsbesluit. De Nederlandse verzekeringsarts heeft het dossier beoordeeld zonder appellant persoonlijk te onderzoeken, en stelde een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op.
Appellant voerde aan dat het ontbreken van een persoonlijk onderzoek door een Nederlandse verzekeringsarts het medisch onderzoek onzorgvuldig maakte en dat zijn klachten niet correct waren weergegeven. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische en arbeidskundige gronden van het besluit juist waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat op grond van Europees recht een arts in het woonland de medische toestand mag vaststellen. De Raad acht het rapport van de Duitse arts betrouwbaar en ziet geen reden om het medisch oordeel te verwerpen. Ook de bezwaarverzekeringsarts kon volstaan met dossieronderzoek.
De Raad bevestigt dat de vastgestelde medische beperkingen juist zijn en dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen geschikt zijn voor appellant. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.