ECLI:NL:CRVB:2010:BN1232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als tuinbouwmedewerker in WSW-verband, meldde zich ziek vanwege een liesbreukoperatie en had daarnaast diverse klachten waaronder hartproblemen. Na medische en arbeidskundige onderzoeken stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen WIA-uitkering werd toegekend.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat zijn beperkingen werden onderschat, met name zijn hartklachten en andere fysieke klachten. Hij betwistte ook de geschiktheid voor functies op de vrije arbeidsmarkt en de toelichting op de functie huishoudelijk medewerker.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige gronden. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak na beoordeling van het bezwaarverzekeringsartsrapport en andere medische informatie, die geen aanleiding gaf tot twijfel over de juistheid van de Functionele Mogelijkheden Lijst en de conclusie dat appellant niet voldoende arbeidsongeschikt was.
De Raad oordeelde dat de geschiktheid voor de geduide functies voldoende was toegelicht en dat het feit dat appellant in WSW-verband werkte niet uitsluit dat hij geschikt kan zijn voor functies in het reguliere bedrijfsleven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.