ECLI:NL:CRVB:2010:BN1024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Weigering van Wajong-uitkering wegens ontbreken ingezetenschapseis
Appellant verzocht op 16 maart 2008 om een Wajong-uitkering, maar het UWV wees dit verzoek op 22 april 2008 af. Dit besluit werd op 22 oktober 2008 gehandhaafd. Appellant voerde aan dat zijn aanspraken onvoldoende waren onderzocht en verwees naar kinderbijslag die zijn vader ontving.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellant niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering omdat hij zich op zijn 18e in Nederland vestigde en niet voldeed aan de ingezetenschapseis uit artikel 5 Wajong Pro. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde het bestreden besluit vanwege misleiding door het UWV.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere beoordeling. Uit stukken blijkt dat appellant in 1983 op 18-jarige leeftijd in het kader van gezinshereniging naar Nederland kwam, waardoor niet is voldaan aan de ingezetenschapseis. Daarom werd artikel 10 Wajong Pro niet toegepast en werd de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het niet voldoen aan de ingezetenschapseis.