ECLI:NL:CRVB:2010:BN0722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Appellant, arbeidsongeschikt geraakt door een bedrijfsongeval en later mishandeld, ontving aanvankelijk een WAO-uitkering. Na herbeoordelingen door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen stelde het UWV vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, waarna zijn WAO-uitkering werd ingetrokken. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat zijn medische beperkingen onderschat waren en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en beoordeelt de besluiten zelf. De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig en volledig zijn uitgevoerd en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. Het beroep tegen de weigering van een WAO-uitkering na afloop van de wachttijd wordt ongegrond verklaard.
Verder vernietigt de Raad het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering per 22 mei 2006 en het besluit van 19 maart 2007, omdat het UWV onjuist heeft gehandeld in de bezwaarprocedure. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Tot slot veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard, de intrekking van de WAO-uitkering wordt deels vernietigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.