ECLI:NL:CRVB:2010:BN0248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens rugklachten zonder medische grond voor hogere beperkingen
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, viel in 1994 uit wegens rugklachten en ontving vanaf 1995 een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2007 door verzekeringsarts Vrijlandt werd de uitkering verlaagd vanwege een berekend verlies aan verdienvermogen van 34,8%. In bezwaar werd dit verhoogd naar 35-45% op basis van aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, omdat de medische beperkingen volgens de functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist waren vastgesteld en er geen aanwijzingen waren voor psychische klachten die de beperkingen zouden vergroten. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en voerde hij nieuwe psychologische informatie aan.
De Raad onderschreef de rechtbank en concludeerde dat de medische grondslag van het besluit solide was. De informatie van de GZ-psycholoog betrof een latere periode dan de datum in geschil, en er waren geen medische beoordelingen overgelegd die de in 2010 toegekende voorzieningen onderbouwden. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.