ECLI:NL:CRVB:2010:BN0240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft meerdere aanvragen gedaan voor een Wajong-uitkering, waarvan de eerste in 2003 niet in behandeling werd genomen en de aanvraag van 12 augustus 2005 werd afgewezen omdat appellant niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was vanaf zijn zeventiende levensjaar. Deze beslissing stond in rechte vast omdat er geen rechtsmiddelen tegen waren aangewend.
In 2008 deed appellant opnieuw een aanvraag, die het UWV afwees wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij destijds zijn stoornis niet wilde erkennen en dat deze stoornis zijn studieresultaten en arbeidsparticipatie beïnvloedde, wat volgens hem een nieuwe omstandigheid vormde.
De Raad overwoog dat de aanvraag van 2008 als een verzoek om herziening van het besluit van 2005 moest worden gezien en dat het UWV bevoegd was om de eerdere afwijzing inhoudelijk te heroverwegen. Echter, het beperkte toetsingskader van artikel 4:6 Awb Pro staat een volledige rechterlijke toetsing niet toe. De Raad concludeerde dat de door appellant aangevoerde omstandigheden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren en dat de aanvullende informatie in hoger beroep bij het verzoek om herziening had moeten worden overgelegd.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.