ECLI:NL:CRVB:2010:BN0212

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6662 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin haar beroep tegen het besluit van het UWV tot herziening van haar WAO-uitkering ongegrond werd verklaard. Het bestreden besluit betrof een herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% per 14 augustus 2007.

In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege lichamelijke en psychische klachten niet in staat is om 30 tot 40 uur per week te werken, dat een urenbeperking noodzakelijk is en dat onterecht beperkingen zijn vervallen. Tevens betwistte zij de geschiktheid van de functies die aan haar waren toegerekend.

De Raad overwoog dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek van het UWV zorgvuldig was uitgevoerd en dat de vastgestelde beperkingen juist en volledig waren vastgesteld, mede doordat informatie van de huisarts en behandelaars adequaat was meegewogen. Ook achtte de Raad de geschiktheid van de functies terecht vastgesteld en vond hij dat alle overschrijdingen voldoende waren toegelicht. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.

Uitspraak

09/6662 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 november 2009, 08/720 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 2 juli 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. E. Wolter, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2010, waar appellante is verschenen bij haar gemachtigde mr. Wolter. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.H.A.H. Smithuysen.
II. OVERWEGINGEN
1. Het beroep van appellante is gericht tegen het besluit van 24 januari 2008 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) genomen besluit van 13 juni 2007. Daarbij is bepaald dat de WAO-uitkering van appellante met ingang van 14 augustus 2007 wordt herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
3. In hoger beroep heeft appellante de beroepsgronden herhaald. Appellante blijft van mening dat zij gelet op haar lichamelijke en psychische klachten niet in staat is 30 tot 40 uur per week te werken, dat een urenbeperking is geïndiceerd is en dat ten onrechte een aantal beperkingen is komen te vervallen. Voorts blijft appellante de geschiktheid van de functies bestrijden.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. De Raad ziet in hetgeen appellante naar voren heeft gebracht geen aanleiding het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit voor onjuist te houden. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek vanwege het Uwv zorgvuldig is geweest en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat informatie van de huisarts en de behandelaars van appellante adequaat is meegewogen en dat de beroepsgronden van appellante afdoende door het Uwv zijn weerlegd.
4.2. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit overweegt de Raad dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies terecht als geschikt voor appellante zijn aangemerkt. De Raad is van oordeel dat alle mogelijke overschrijdingen voldoende zijn toegelicht en dat het opleidingsniveau van appellante juist is vastgesteld.
4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M.A. van Amerongen.
JL