ECLI:NL:CRVB:2010:BM9086

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5595 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.G. Treffers
  • J. Th. Wolleswinkel
  • G.F. Walgemoed
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 24 Beroepswet
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken inhoudelijke beroepsgronden en verzoek schadevergoeding wegens schending art. 6 EVRM

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht waarin zijn beroep tegen een besluit van het dagelijks bestuur van de Regio Zuid-Holland Zuid ongegrond werd verklaard. In het hoger beroep zag appellant echter af van het aanvoeren van inhoudelijke beroepsgronden en richtte zijn verzoek uitsluitend op toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, wat een schending van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zou opleveren.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep feitelijk niet gericht was tegen de aangevallen uitspraak en dat het verzoek om schadevergoeding niet kon leiden tot een uitspraak als bedoeld in artikel 24 van Pro de Beroepswet. Hierdoor werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af, omdat geen gronden aanwezig waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 juni 2010. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van inhoudelijke beroepsgronden en het verzoek om schadevergoeding kan niet worden toegewezen.

Uitspraak

09/5595 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant)
tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 28 augustus 2009, 07/95 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het dagelijks bestuur van de Regio Zuid-Holland Zuid (hierna: dagelijks bestuur)
Datum uitspraak: 10 juni 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep van appellant tegen het besluit van het dagelijks bestuur van 21 december 2006, houdende de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen een besluit van 29 oktober 2004, ongegrond verklaard.
2. In het geschrift van appellants gemachtigde met de gronden van het hoger beroep is onder meer vermeld:
‘Na beraad heeft cliënt besloten af te zien van het aanvoeren van inhoudelijke beroepsgronden tegen de uitspraak van de Rechtbank Dordrecht. Het beroep van [Appellant] ziet derhalve enkel op een formeel aspect, te weten het overschrijden van de redelijke termijn, hetgeen resulteert in schending van art. 6 EVRM Pro, dit in de procedure die na het besluit van 29 oktober 2004 (bezwaar 5 november 2004) tot op heden gevoerd is. Er zijn immers inmiddels meer dan 5 jaren verstreken sedert het indienen van bezwaar zonder dat de onderhavige procedure teneinde is. [appellant] verzoekt om toekenning van een schadevergoeding wegens de genoemde schending van art. 6 EVRM Pro. Dienaangaande wordt verwezen naar de recente jurisprudentie van uw Raad.’
3. Het onder 2 weergegeven citaat laat zien dat het hoger beroep van appellant in feite niet tegen de aangevallen uitspraak gericht is. Het door appellant verzochte kan dus ook niet leiden tot een uitspraak als bedoeld in artikel 24 van Pro de Beroepswet, luidende: ‘De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak, hetgeen de rechtbank zou behoren te doen.’
4. De Raad kan dan ook tot geen andere conclusie komen dan dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
5. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en J. Th. Wolleswinkel en G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2010.
(get.) J.G. Treffers.
(get.) B. Bekkers.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
HD