ECLI:NL:CRVB:2010:BM8531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, viel in 1999 uit wegens depressieve klachten en ontving sindsdien een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2008 besloot het UWV de uitkering te herzien naar 45-55%. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat het medische onderzoek onvoldoende was en dat de arbeidsbeperkingen niet juist waren vastgesteld.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de bezwaarverzekeringsarts adequaat had gemotiveerd waarom appellant niet voldeed aan de criteria van de Standaard Geen Duurzaam Benutbare Mogelijkheden. Appellant stelde in hoger beroep dat het primaire onderzoek door een arts in opleiding was gedaan en dat er geen lichamelijk onderzoek had plaatsgevonden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het gebrek van een verzekeringsarts in opleiding was hersteld door het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling en bevestigde dat appellant niet voldeed aan de criteria voor volledige arbeidsongeschiktheid. De functies die aan appellant werden voorgehouden, werden passend geacht. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.