ECLI:NL:CRVB:2010:BM8064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen blokkering bijstandsbetaling
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf 8 mei 2006. In april 2007 maakte appellant bezwaar tegen de blokkering van de betaling van de bijstand over februari 2007. De Intergemeentelijke Sociale Dienst Noordoost (ISD) verklaarde dit bezwaar in oktober 2007 ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat appellant geen procesbelang meer had, aangezien de blokkering ongedaan was gemaakt met een besluit van april 2007 waarbij de bijstand met ingang van 22 februari 2007 werd ingetrokken en de betaling tot die datum alsnog had plaatsgevonden.
In hoger beroep heeft appellant zich verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad stelde vast dat appellant zich bij de rechtbank al had beroepen op het oordeel van de rechtbank over de ontvankelijkheid. De Raad oordeelde dat de gronden in hoger beroep onvoldoende aanknopingspunten boden om het oordeel van de rechtbank te verwerpen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagde en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de blokkering van bijstandsbetaling.