ECLI:NL:CRVB:2010:BM8056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht door niet melden inkomsten
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg deze toegekend met ingang van 1 februari 2006. Na onderzoek door de sociale recherche bleek dat appellant ondanks zijn verklaring te zijn gestopt met de verkoop van kruiden en levensmiddelen, nog steeds op geld waardeerbare activiteiten verrichtte. Dit bleek uit de vondst van grote voorraden in zijn woning en opslagbox, het gebruik van een bestelbus en frequente bezoeken aan een opslagruimte.
Het College van burgemeester en wethouders van Beverwijk trok de bijstand met ingang van 1 februari 2006 in wegens schending van de inlichtingenplicht en vorderde de bijstandskosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de goederen uitsluitend voor eigen gebruik waren en dat de opslagbox door een neef werd gebruikt.
De Raad stelde vast dat appellant op geld waardeerbare activiteiten bleef verrichten en dat hij de inkomsten daaruit niet had gemeld. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en de terugvordering te doen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het niet melden van inkomsten uit zelfstandige activiteiten.