ECLI:NL:CRVB:2010:BM7800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als tuinbouwmedewerkster, viel op 6 juli 2005 uit wegens gezondheidsklachten. Haar aanvraag voor een WIA-uitkering werd op 28 maart 2007 afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Het bezwaar tegen dit besluit werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat haar psychische klachten en fysieke beperkingen onvoldoende zijn meegewogen. Zij wijst op een operatie aan haar rechterhand in maart 2009 en een brief van haar fysiotherapeut die fysieke beperkingen bevestigt. Het UWV handhaaft het standpunt dat zij geschikt is voor passende functies.
De Raad overweegt dat de medische beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsarts en de arbeidskundige beoordeling juist zijn. De psychische klachten zijn niet onderbouwd met nieuwe gegevens en de operatie vond plaats na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid werd beoordeeld. De informatie van de fysiotherapeut, een paramedicus, is niet doorslaggevend.
Daarom oordeelt de Raad dat de functies passend zijn en de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% is gesteld. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.