ECLI:NL:CRVB:2010:BM7466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering, die was gebaseerd op een beoordeling dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen van appellant niet waren onderschat en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Tevens werd vastgesteld dat appellant in staat moest worden geacht de functies te vervullen die op grond van arbeidskundig onderzoek als geschikt waren geselecteerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische situatie onderschat werd, onderbouwd met verwijzingen naar behandelingen door een neuroloog en huisarts. Het UWV reageerde met rapporten van de bezwaarverzekeringsarts die concludeerde dat er geen neurologische oorzaak was voor de klachten en dat het probleem conditioneel was, wat geen aanleiding gaf het eerdere standpunt te wijzigen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering is bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is.