ECLI:NL:CRVB:2010:BM7282

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2593 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbWet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen berekeningsbeschikking Wuv afgewezen

Appellant, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), maakte bezwaar tegen een berekeningsbeschikking waarin bedragen voor extra vakantievoorzieningen en reeds toegekende voorzieningen zoals telefoonkosten en autokosten waren opgenomen. Het bezwaar richtte zich onder meer op het niet indexeren van deze laatstgenoemde bedragen.

De Raad oordeelde dat de berekeningsbeschikking uitsluitend betrekking had op een nader toegekende voorziening voor extra vakantie en dat de vermelding van andere bedragen slechts volledigheidshalve was opgenomen zonder dat daar een nieuw besluit aan ten grondslag lag. Daarom werd het bezwaar tegen die onderdelen terecht niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Appellant stelde in beroep dat ook in bezwaar de juistheid van ongewijzigde bedragen voor voorzieningen aan de orde zou moeten kunnen komen. De Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat het bestreden besluit in rechte standhoudt. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de berekeningsbeschikking geen nieuw besluit is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

09/2593 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 20 mei 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant is beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 9 april 2009, kenmerk BZ 48162, JZ/Q80/2009 (hierna: bestreden besluit), genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: Wuv).
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2010. Voor appellant is daar verschenen mr. J.C.M. van Berkel, advocaat te Sittard, terwijl verweerster zich ter zitting heeft laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant, geboren in 1936, is vervolgde en als zodanig al geruime tijd uitkerings-gerechtigde in de zin van de Wuv. Ook ontvangt appellant al geruime tijd enige bijzondere voorzieningen, onder meer voor telefoonkosten en voor autokosten.
1.2. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een berekeningsbeschikking van 31 oktober 2008, welke blijkens zijn aanhef is gegeven naar aanleiding van berekening van extra vakantie. Als bezwaar is, voor zover nog van belang, aangevoerd dat de in de beschikking tevens vermelde bedragen voor telefoonkosten en autokosten al jaren hetzelfde zijn en ten onrechte niet zijn geïndexeerd. Dit bezwaar is bij het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard, onder overweging dat met de berekeningsbeschikking geen nieuw of nader besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is genomen met betrekking tot de hoogte van de telefoonkosten en de autokosten. Het verzoek om over te gaan tot een vergoeding van in bezwaar gemaakte proceskosten is afgewezen.
1.3. Verweerster heeft het ingediende bezwaar tevens opgevat als een verzoek om over te gaan tot aanpassing van de bedragen voor telefoonkosten en autokosten. Op dit verzoek is beslist bij besluiten van 9 april 2009, waarbij met terugwerkende kracht een kleine rekenfout is hersteld ten aanzien van de autokosten, maar indexering is afgewezen. Die besluiten zijn na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 8 oktober 2009, tegen welk besluit geen beroep is ingesteld.
1.4. In beroep tegen het bestreden besluit heeft appellant aangevoerd, kort samengevat, dat het ook mogelijk moet zijn om in bezwaar aan de orde te stellen of ten opzichte van eerdere berekeningsbeschikkingen ongewijzigd gehandhaafde bedragen voor voorzieningen nog wel juist zijn.
2. De Raad dient de vraag te beantwoorden of het bestreden besluit, voor zover in beroep aangevochten, in rechte kan standhouden. Die vraag beantwoordt de Raad bevestigend.
2.1. Uit de bestreden berekeningsbeschikking blijkt duidelijk dat deze is gegeven in verband met een nader toegekende voorziening voor extra vakantie. De in deze beschikking tevens opgenomen bedragen voor andere, al eerder toegekende voorzieningen zijn alleen maar volledigheidshalve opgenomen. Enige nadere besluitvorming ligt hieraan niet ten grondslag. Nu het bezwaar derhalve terecht niet-ontvankelijk is verklaard is ook het verzoek om een proceskostenvergoeding terecht afgewezen.
3. Uit het voorgaande volgt dat het ingestelde beroep ongegrond dient te worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2010.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) M. Lammerse.
HD