ECLI:NL:CRVB:2010:BM7250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- N.M. van Waterschoot
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke terugvordering bijstand na toekenning pensioen met terugwerkende kracht
Appellante ontvangt sinds 1995 bijstand en kreeg in 2006 met terugwerkende kracht een Oostenrijks pensioen toegekend vanaf 1 september 2005. Het College trok daarop de bijstand over die periode in en vorderde de kosten bruto terug wegens niet-verrekenbare loonbelasting en premies.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante grotendeels ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat brutering over 2005 niet voorkomen kon worden omdat dat jaar al was verstreken bij toekenning van het pensioen. Over 2006 had brutering voorkomen kunnen worden indien appellante tijdig de gevraagde informatie had verstrekt.
Verder wijst de Raad het beroep van appellante af dat rekening gehouden had moeten worden met een betaling aan de pensioeninstantie, omdat dit op een onjuiste rechtsopvatting berust. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep en beveelt een nieuw besluit op het bezwaar tegen de terugvordering.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het College opgedragen een nieuw besluit te nemen met vergoeding van proceskosten aan appellante.