ECLI:NL:CRVB:2010:BM7237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam in de vleesindustrie, viel in december 2003 uit wegens maagklachten en kreeg vanaf december 2004 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%.
Na een periode van arbeidsongeschiktheid en een nieuwe ziekmelding in juli 2006, besloot het UWV in augustus 2007 het ziekengeld te beëindigen omdat appellant geschikt werd geacht voor de eerder geduide functies. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep gehandhaafd.
De medische rapportages van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts wezen uit dat appellant ondanks psychosociale problematiek en restklachten niet ongeschikt was voor de functies. De Raad concludeerde dat de medische gegevens geen aanleiding gaven om het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te verwerpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en het oordeel van de rechtbank dat appellant sinds 20 augustus 2007 niet langer arbeidsongeschikt is voor de relevante functies. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van het ziekengeld omdat appellant niet langer ongeschikt is voor de relevante functies.