ECLI:NL:CRVB:2010:BM6778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onzorgvuldig onderzoek en ontoereikende motivering
Appellante, gescheiden van haar echtgenoot, ontving bijstand op grond van de WWB. Tijdens een huisbezoek werd een algehele notariële volmacht aangetroffen die zij en haar echtgenoot aan hun zoon in Suriname hadden gegeven. Het College schortte de bijstand op en trok deze later in omdat appellante niet de gevraagde gegevens over de volmacht verstrekte.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten. Uit onderzoek bleek dat haar echtgenoot mogelijk vermogen had in Suriname, maar het College deed geen onderzoek naar het huwelijksgoederenregime of de mate waarin appellante over dat vermogen kon beschikken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad oordeelt dat het geven van een volmacht aan een kind in het buitenland op zich geen schending van de inlichtingenverplichting inhoudt. De verklaring van appellante over het doel van de volmacht was niet voldoende weerlegd. Het College had onvoldoende onderzoek gedaan en de motivering was ontoereikend. Daarom vernietigt de Raad het besluit en beveelt het College een nieuw besluit te nemen met nader onderzoek naar de vermogenssituatie. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek.