ECLI:NL:CRVB:2010:BM6675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid bij whiplashtrauma in Ziektewetzaak
Appellante was werkzaam als inpakster en meldde zich ziek sinds een bedrijfsongeval op 4 mei 2006 met whiplashklachten. Na meerdere bezoeken aan de verzekeringsarts werd zij op 3 september 2007 geschikt verklaard om haar werk te hervatten, waarna het UWV het ziekengeld stopzette.
In de bezwaarprocedure bevestigde de bezwaarverzekeringsarts na eigen onderzoek en dossierstudie het oordeel dat appellante niet langer arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat geen nieuwe medische gegevens waren overgelegd die tot een ander oordeel konden leiden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, mede gelet op de betrokkenheid van meerdere medisch specialisten en het ontbreken van invaliderende klachten in het huisartsenjournaal. Het protocol Whiplash associated disorder I/II is niet van toepassing op Ziektewetbeoordelingen, waardoor het bezwaar hierover niet slaagt.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante sinds 4 september 2007 niet langer arbeidsongeschikt is voor haar werk.