ECLI:NL:CRVB:2010:BM6658

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4019 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van WIA-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin haar WIA-uitkering was geweigerd. De aangevallen uitspraak betrof een beslissing op hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden, waarin het beroep van verzoekster ongegrond werd verklaard.

De Raad overwoog dat het rechtsmiddel van herziening slechts openstaat indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere beslissing hadden kunnen leiden. Verzoekster heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gebracht die aan deze criteria voldoen.

Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 juni 2010.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WIA-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/4019 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 mei 2009, 07/4836 WIA (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 2 juni 2010
I. PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft verzocht om herziening van de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft hierop desgevraagd bij schrijven van 16 september 2009 gereageerd.
Verzoekster heeft bij brief van 12 november 2009 nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2010. Verzoekster is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door A.B. Froentjes.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de Raad beslist op het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 9 juli 2007, 06/2366. In dit geding ging het om een weigering van het Uwv om aan verzoekster met ingang van 11 september 2006 een uitkering ingevolge de Wet WIA toe te kennen. De Raad heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond heeft verklaard.
1.2. Met het verzoek om herziening is beoogd dat de Raad van zijn aangevallen uitspraak terugkomt onder aanvoering als reden dat de uitspraak onjuist is.
2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb juncto artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn en,
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2. Zoals de Raad eerder heeft overwogen in onder meer zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, gelezen in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu verzoekster niet enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in de genoemde bepaling van de Awb, naar voren heeft gebracht.
3. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2010.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) T.J. van der Torn.
JL