ECLI:NL:CRVB:2010:BM5998
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wubo wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer volgens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) en een periodieke uitkering. Dit verzoek werd bij besluit van 29 oktober 2008 afgewezen en na bezwaar gehandhaafd.
In het beroepsproces stelde appellante dat zij tijdens de Japanse bezetting huisarrest had, getuige was van seksueel misbruik van haar zus door Japanse militairen, vluchtte onder levensbedreigende omstandigheden van Salatiga naar Djokjakarta tijdens de Bersiap-periode en betrokken was bij beschietingen in Djokjakarta. De Raad concludeerde dat er geen sprake was van bewaking of volledige bewegingsbeperking van het gezin, dat het seksueel misbruik niet in haar directe aanwezigheid plaatsvond en zij niet de fysieke gevolgen daarvan heeft waargenomen.
Ook was onvoldoende aannemelijk dat de vlucht naar Djokjakarta onder levensbedreigende omstandigheden plaatsvond of dat appellante persoonlijk bij beschietingen betrokken was. De Raad oordeelde dat de Wubo een beperkte strekking heeft en alleen specifieke oorlogservaringen erkent. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld conform Wubo.