ECLI:NL:CRVB:2010:BM5849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 1991 een volledige WAO-uitkering vanwege psychische klachten. In 2008 besloot het UWV de uitkering in te trekken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Appellant voerde aan dat zijn medische situatie ongewijzigd was en dat hij door psychische en psychosociale omstandigheden meer beperkingen had dan vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berustte. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en stelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid van de beperkingen zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst van februari 2008. Ook de brief van de huisarts uit maart 2010 bracht geen nieuwe inzichten.
De Raad benadrukte dat eerdere beoordelingen waarin appellant volledig arbeidsongeschikt werd geacht, geen twijfel opriepen over de medische grondslag van het besluit. De Raad concludeerde dat appellant met de vastgestelde beperkingen in staat was de relevante functies te verrichten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.