ECLI:NL:CRVB:2010:BM5573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na beoordeling medische beperkingen appellant
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen door longklachten en psychische klachten waren onderschat en verzocht om benoeming van een onafhankelijke psychiater. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts juist was en dat de brief van psychiater Upmeijer geen nieuw licht op de zaak wierp.
Het UWV had de functies van productiemedewerker metaal, productiemedewerker industrie en wikkelaar gebruikt als basis voor de schatting van de belastbaarheid van appellant. De Raad vond dat dit op goede gronden was gebeurd en zag geen reden om het bestreden besluit te vernietigen.
De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard maar het bestreden besluit in stand gelaten, omdat het UWV pas in de beroepsfase een volledige toelichting had gegeven. De Raad bevestigde deze uitspraak en zag geen aanleiding om appellant in de proceskosten te veroordelen.
De beslissing werd genomen na een zitting waarbij appellant en zijn advocaat aanwezig waren, evenals de vertegenwoordiger van het UWV. De Raad concludeerde dat de medische beoordeling adequaat was en dat benoeming van een onafhankelijke deskundige niet nodig was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%.