ECLI:NL:CRVB:2010:BM5555

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-7081 WAJONG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens toereikende medische grondslag

Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om haar een Wajong-uitkering toe te kennen vanaf haar achttiende jaar. Het UWV baseerde het besluit op een medische beoordeling dat appellante niet volledig arbeidsongeschikt is en dat de voorgestelde functies passend zijn.

De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd. In hoger beroep betwist appellante opnieuw de medische grondslag en stelt zij dat zij vanaf haar zeventiende volledig arbeidsongeschikt is.

De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en het UWV. De medische gegevens die appellante heeft overgelegd bieden geen objectieve aanwijzingen dat haar beperkingen groter zijn dan aangenomen. Ook de door haar moeder naar voren gebrachte standpunten worden niet ondersteund door medische gegevens. De Raad acht de functies waarop de beoordeling is gebaseerd passend en bevestigt de aangevallen uitspraak.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 mei 2010.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.

Uitspraak

08/7081 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 19 november 2008, 08/812 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 21 mei 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. L.C.A.M. Bouts, advocaat te Margraten, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2010. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar moeder. Het Uwv was vertegenwoordigd door A.M.C. Crombach.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 13 augustus 2007 heeft het Uwv geweigerd appellante met ingang van 15 september 2006, de dag waarop zij achttien jaar is geworden, een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen.
1.2. Bij besluit van 15 mei 2008 heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 13 augustus 2007 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door appellante ingestelde beroep tegen het besluit van 15 mei 2008 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat het besluit van 15 mei 2008 op een toereikende medische grondslag berust en de aan de schatting ten grondslag gelegde functies vanuit medisch oogpunt passend zijn te achten voor appellante.
3. In hoger beroep heeft appellante wederom de medische grondslag betwist. Appellante stelt zich op het standpunt dat zij op medische gronden volledig arbeidsongeschikt is vanaf haar zeventiende jaar.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wajong, zoals die luidden tot 1 januari 2010.
4.2. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank aangaande de medische grondslag en onderschrijft volledig de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De namens appellante in hoger beroep overgelegde (medische) gegevens bieden geen objectief medische aanknopingspunten voor de stelling dat appellante per de datum in geding meer beperkt was dan door het Uwv is aangenomen. Het door de moeder van appellante ter zitting naar voren gebrachte standpunt wordt niet ondersteund door de in het dossier aanwezige objectief medische gegevens en brengt de Raad dan ook niet tot een ander oordeel.
4.3. Voorts is de Raad van oordeel dat het Uwv met de rapportages van de bezwaararbeidsdeskundige C.G.H.J. Habets van 14 mei 2008 en 12 oktober 2009 afdoende heeft gemotiveerd dat de belasting in de aan de schatting ten grondslag liggende functies onder de sbc-codes 111331, 111190 en 271130 de belastbaarheid van appellante niet te boven gaat.
4.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2010.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) T.J. van der Torn.
KR