ECLI:NL:CRVB:2010:BM5091
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsaanvraag wegens verblijfsstatus
Verzoekers hebben herhaaldelijk een aanvraag om bijstand ingediend die is afgewezen vanwege hun verblijfsstatus. Zij ontvingen tot 1 januari 2010 leefgeld van een stichting en daarna geld van de gemeente, maar niet als bijstand. Na afwijzing en bezwaar verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het besluit deels. Verzoekers vroegen vervolgens om een voorlopige voorziening om bijstand te ontvangen tijdens het hoger beroep.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang bij een voorlopige voorziening onvoldoende spoedeisend is omdat de beoordeling van de bijstandaanvraag betrekking heeft op een periode in het verleden. Het feit dat verzoekers sinds 1 mei 2010 geen middelen van bestaan meer hebben, kan niet worden toegerekend aan de afwijzing in de hoofdzaak. Bovendien is een nieuwe aanvraag ingediend en kunnen verzoekers een voorschot aanvragen en rechtsmiddelen inzetten bij eventuele afwijzing.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 6 mei 2010.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.