ECLI:NL:CRVB:2010:BM5002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstand per 5 mei 2006 zonder eerdere toekenning
Appellant heeft zich op 5 mei 2006 gemeld bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en op die datum een aanvraag om bijstand ingediend. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende bijstand toe vanaf deze datum. Appellant stelde dat hij zich al op 7 juni 2005 had gemeld en dat hij door een verkeerde adresverwijzing van het Regionaal Bureau Zelfstandigen eerder recht op bijstand zou hebben.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich vóór 5 mei 2006 bij het CWI heeft gemeld voor het aanvragen van bijstand. De registratie als werkzoekende op 7 juni 2005 is onvoldoende om een eerdere aanvraag bijstand te onderbouwen. Ook de verwijzing naar een verkeerd CWI-adres is niet relevant.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat geen bijzondere omstandigheden zijn die een eerdere toekenning rechtvaardigen. Klachten over vergoeding van griffierecht en vakantiegeld zijn niet aan de orde in deze procedure. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de ingangsdatum van bijstand blijft 5 mei 2006.