ECLI:NL:CRVB:2010:BM3584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.M. van de Kerkhof
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens herstel arbeidsgeschiktheid
Appellant, voorheen werkzaam als begeleider bij een asielzoekerscentrum, meldde zich op 20 februari 2007 ziek met klachten zoals hoofdpijn en nekpijn. Na meerdere bezoeken aan de verzekeringsarts werd hij op 8 oktober 2007 hersteld verklaard en verloor hij het recht op ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. In beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische beperkingen, waaronder psychische klachten. Hij overlegde medische stukken van behandelaars, waaronder een psychiater.
De Raad overwoog dat appellant pas na de datum in geschil onder behandeling kwam bij psycholoog en psychiater, en dat het medisch onderzoek van het UWV voldoende zorgvuldig was. De aanvullende informatie gaf geen aanleiding het oordeel te herzien. Ook de knieklachten stonden het verrichten van arbeid niet in de weg.
De Raad zag geen reden een onafhankelijke deskundige in te schakelen en bevestigde het oordeel dat appellant per 8 oktober 2007 arbeidsgeschikt was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 8 oktober 2007 niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid en geen recht meer had op ziekengeld.