ECLI:NL:CRVB:2010:BM3433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking prostituees in relaxhuis en verzekeringsplicht
In deze zaak stond centraal of de prostituees werkzaam bij appellante, exploitant van een relaxhuis, als werknemers in een privaatrechtelijke dienstbetrekking konden worden aangemerkt, met als gevolg verzekeringsplicht onder de sociale werknemersverzekeringswetten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had op basis van een bedrijfsbezoek en een looncontrole correctienota's en boetenota's opgelegd, welke door de rechtbank waren bevestigd.
De Raad overwoog dat appellante een organisatorisch kader had gecreëerd met sturing en toezicht, waaronder tariefstellingen, werkroosters, openingstijden en boetes bij niet-naleving. Ook de werving, selectie en klachtenafhandeling lagen bij appellante. Hoewel de prostituees enige vrijheid hadden bij hun werkzaamheden, was er sprake van een gezagsverhouding.
De Raad bevestigde dat aan de voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking was voldaan: gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetaling. Het beroep op beginselen van behoorlijk bestuur faalde. Ook werd het standpunt van appellante dat sprake was van een huurrelatie verworpen. Ten aanzien van de boete stelde de Raad dat appellante zich bewust had moeten zijn van haar verplichtingen en dat opzet en/of grove schuld aanwezig waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraken van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de prostituees in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam waren en handhaaft de correctienota en boetenota.