ECLI:NL:CRVB:2010:BM2762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens wijziging arbeidskundige grondslag afgewezen
Appellante ontvangt sinds 2004 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2007 werd haar uitkering herzien naar 45-55% op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard. De Raad stelde vast dat het UWV het eerste besluit niet langer handhaaft vanwege een onjuiste arbeidskundige grondslag en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 55-65%.
Appellante voerde aan dat haar medische beperkingen, waaronder vermoeidheids- en depressieve klachten, onvoldoende waren meegewogen en dat zij volledig arbeidsongeschikt bleef. De Raad oordeelde dat de medische grondslag gelijk bleef en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook de huisartsgegevens waren betrokken. Er was geen objectieve onderbouwing dat haar klachten onderschat waren.
De arbeidskundige onderbouwing van het nieuwe besluit werd als juist beoordeeld, mede gelet op een rapport van een arbeidsdeskundige en de jurisprudentie over het Claim Beoordelings- en Borgings Systeem. Het hoger beroep werd afgewezen. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante tegen de herziening van haar WAO-uitkering wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.