ECLI:NL:CRVB:2010:BM2725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing beperkingen
Appellant, voormalig fulltime timmerman, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na whiplashklachten. In 2007 herbeoordeelde het UWV zijn arbeidsongeschiktheid en trok de uitkering per 18 oktober 2007 in, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze intrekking, stellende dat hij meer beperkingen had dan door het UWV aangenomen, met name dat hij niet langdurig in dezelfde houding kon zitten en niet 36 uur per week kon werken. Hij overlegde echter geen medische gegevens ter onderbouwing van deze stellingen.
De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV juist zijn en dat de functies die het UWV als geschikt achtte, passend zijn binnen de beperkingen van appellant. Er is voldoende rekening gehouden met zijn fysieke beperkingen, zoals neksparende arbeid en afwisseling in houding.
Daarom wordt het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 18 oktober 2007 wordt bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van appellant.