ECLI:NL:CRVB:2010:BM2130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid disciplinaire straf politieambtenaar wegens ontbreken strafwaardig plichtsverzuim
Betrokkene, werkzaam als parketwachter A bij de politieregio Zeeland, werd door de korpsbeheerder op grond van het Besluit algemene rechtspositie politie (BARP) gestraft wegens vermeend ernstig plichtsverzuim. Het disciplinaire besluit van 22 mei 2006 werd gehandhaafd ondanks een negatief advies van de bezwaar- en adviescommissie. De rechtbank Middelburg vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en het niet betrekken van de algemene situatie bij de parketpolitie.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het interne onderzoek geen bewijs leverde voor de vermeende discriminerende of beledigende uitlatingen. Het gestelde plichtsverzuim was voornamelijk gebaseerd op een verklaring van een collega die deze later grotendeels introk. Andere collega’s en de direct leidinggevende bevestigden de beschuldigingen niet. Hoewel betrokkene zich soms minder correct gedroeg, was strafwaardig plichtsverzuim niet vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de korpsbeheerder niet bevoegd was betrokkene disciplinair te straffen en herroept het primaire besluit van 22 mei 2006 en het daaropvolgende besluit van 24 december 2008. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt in zoverre vernietigd en voor het overige in stand gelaten. De korpsbeheerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan betrokkene.
Uitkomst: Het disciplinaire besluit tegen betrokkene wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van strafwaardig plichtsverzuim.