ECLI:NL:CRVB:2010:BM2050
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellante, geboren in 1938 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in augustus 2008 een aanvraag in voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De aanvraag was gebaseerd op lichamelijke en psychische klachten die zij toeschreef aan haar oorlogservaringen, waaronder internering in kampen tijdens de Bersiapperiode.
Verweerster wees de aanvraag af bij besluit van 5 januari 2009 en handhaafde dit na bezwaar. De afwijzing berustte op het oordeel dat de psychische klachten van appellante niet hebben geleid tot blijvende invaliditeit, en dat haar lichamelijke klachten niet oorzakelijk verband hielden met de oorlogservaringen. Appellante voerde in beroep aan dat zij een ongeneeslijk oorlogstrauma had overgehouden.
De Raad overwoog dat de Wet niet beoogt volledige compensatie te bieden, maar een toeslag voor blijvende invaliditeit die leidt tot duidelijk minder functioneren dan gezonde leeftijdgenoten. De medische adviezen, waaronder een rapport van arts A.J. Maas, stelden vast dat appellante een lichte posttraumatische stressstoornis heeft met geringe beperkingen, maar geen duidelijke minderfunctioneren in het dagelijks leven. De Raad vond geen reden om aan deze adviezen te twijfelen en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af en bevestigde dat het bestreden besluit deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd. De uitspraak werd gedaan door rechter G.L.M.J. Stevens op 25 maart 2010.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt bevestigd.