ECLI:NL:CRVB:2010:BM1969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Geen bijstandsverlening met terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden
Appellante had bijstand ontvangen tot 8 juni 2005, maar deze werd beëindigd wegens verblijf buiten de gemeente. Haar aanvraag voor bijstand vanaf die datum werd afgewezen vanwege onjuiste opgave van woonadres. Later werd zij weer bijstandsontvanger vanaf 3 november 2005. Appellante verzocht om bijstand met terugwerkende kracht over de periode 8 juni tot 2 november 2005, maar dit werd afgewezen omdat zij niet stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie.
De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en vernietigde een besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep oordeelt de Raad dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Appellante was ingeschreven op het adres van haar dochter en was geen adresloze. Ook de procedure in Rijswijk leidde niet tot bijzondere omstandigheden.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover nodig, verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het College in de proceskosten van appellante. Het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en bijstand met terugwerkende kracht wordt niet toegekend.