ECLI:NL:CRVB:2010:BM1609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K.J. Kraan
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling pensioencompensatie bij vrijwillige vertrekregeling TU Delft
Appellant werkte bij de Technische Universiteit Delft en kwam in aanmerking voor een vrijwillige vertrekregeling na opheffing van zijn functie. Volgens artikel 11.5 van het Sociaal Plan zou zijn pensioenopbouw tijdens de FPU-periode worden voortgezet tegen 73% van de oorspronkelijke opbouw. Appellant stelde dat de door het college aangeboden koopsom niet voldeed aan deze bepaling, met name omdat de indexering van de pensioenopbouw en de jaarlijkse indexering na 65 jaar niet adequaat waren verwerkt.
De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of de koopsom van Loyalis een materieel gelijkwaardige voorziening bood. De Raad stelde dat concrete becijferingen noodzakelijk zijn om het pensioenverlies vast te stellen en dat compensatie voor de gebruikelijke ABP-indexering van 2,28% na de 65e verjaardag moet worden geboden. De Raad verwierp het standpunt van het college dat de winstdeling in de koopsom gelijkwaardig was aan de ABP-indexering.
De Raad concludeerde dat de koopsom onvoldoende was en dat appellant een nabetaling toekomt, inclusief wettelijke rente conform artikel 6:119 BW Pro. Tevens oordeelde de Raad dat de behandeling van de zaak binnen de redelijke termijn van het EVRM was gebleven. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd, waarna het college een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen.
Uitkomst: Het college moet een nieuwe beslissing nemen en een hogere pensioencompensatie betalen inclusief wettelijke rente en proceskostenvergoeding.